jubileum9
Interview met Ruud Hoogenboom dirigent van Eigenwijs
16 september 2009
Hoe is het eigenlijk gelukt Ruud Hoogenboom (geb. 1 april 1961) te strikken voor Eigenwijs? Zijn roem was hem in de 18 jaren dat hij het gemengde koor dirigeerde al vooruitgegaan. Er werd in het dorp vol bewondering gesproken over zijn prachtige stem. Hoe mooi het gemengde koor onder zijn leiding was gaan zingen. Hij was regelmatig aanwezig bij de vieringen en concerten waar Eigenwijs zong. Was er eigenlijk al jaren sprake van een stille liefde? Had hij misschien een dubbele agenda en hoopte hij als dirigent Eigenwijs-leden te strikken voor zijn ouder wordende gemengde koor? “Geen sprake van bijbedoelingen, ik kwam gewoon bij Eigenwijs kijken omdat ik als voorzitter van de parochieraad belangstelling had voor alle koren” zegt Ruud lachend in de keuken van zijn gezellige huis aan de Streekweg. Henny van Diepen, weer eens in de rol van dirigent na de doorstart in april 2005, kwam Ruud polsen of hij dirigent van Eigenwijs wilde worden en stuurde Leo Boekweit. Hij zei ja, zo eenvoudig kan het zijn. Hij zegt het überhaupt lastig te vinden om nee te zeggen, hij vindt namelijk de meeste dingen die op hem af komen leuk of interessant. Dat is wel te merken aan de lange lijst activiteiten waar hij zich mee bezig houdt. Ik noem een paar uiteenlopende: hoofdredacteur van het vakblad van de katholieke dirigenten en organistenvereniging KDOV, maar ook medeoprichter van de historische stichting Hoogkarspel - Westwoud.
Treurig koortje bij een uitvaart
En natuurlijk, hij draagt de kerkmuziek in de Westwoudse parochie een warm hart toe. Dat kunnen wij lezen in zijn boekje 200 jaar kerkmuziek in de St. Martinuskerk te Westwoud, een van zijn vele publicaties. Dit boekje verscheen naar aanleiding van de restauratie van het Ypmaorgel in 2003. Het is zijn aard, als hij toch ergens ja tegen zegt om er dan helemaal in te duiken en het dan ook heel gedegen aan te pakken. Het gaat Ruud aan het hart dat de kerkmuziek ook in onze parochie zware tijden doormaakt. Het gemengd koor verliest jaarlijks leden en iedere stemsoort is niet meer representatief. Het moet uit nood dus eenvoudiger en tweestemmig materiaal instuderen. Iets wat sommige diehards op dat koor weer erg jammer vinden. Ruud is bang dat het in de nabije toekomst niet meer zal lukken om een redelijk koor op de been te brengen voor een uitvaart of avondwake van een gestorven medeparochiaan. Het tienerkoor is ter ziele, het kinderkoor is ook kwetsbaar meent hij. Toen hij 18 jaar geleden na zijn huwelijk in de parochie aantrad als kerkmusicus, had hij voortvarend een ambitieus beleidsplan gemaakt waarin hij deze ontwikkelingen voorzag en allerlei aanbevelingen deed: o.a. hoe je de doorstroom kon bevorderen tussen de koren, zoals het vormen van een groot bestuur voor alle koren, overlappend repertoire. Het plan viel helaas niet in vruchtbare aarde, hij is té snel voor de St. Martinusparochie.
Moeilijk om ruzie mee te krijgen
Maar hoe heeft Ruud het ervaren om een koor te dirigeren dat je eigenlijk al redelijk goed kent, een koor dat in zijn ogen een ‘ons kent ons’ mentaliteit heeft, zeg maar een vriendenclub. Waar zijn aantreden op zijn beurt door de Eigenwijsleden ook niet helemaal onbevooroordeeld tegemoet getreden zou worden. Hij heeft immers een naam van ‘heel behoudend’ te zijn op gebied van liturgie en geloven, dat botst met de vrijzinnige cultuur van ons koortje. “Behoudend” fronst Ruud, “het is maar net hoe je dat bekijkt, ik ben inderdaad niet zo iemand die met Rome en Haarlem niks te maken wil hebben. In elke organisatie, dus ook de Kerk, kun je niet ongelimiteerd je eigen koers varen, maar moet je je aanpassen aan de visie en het beleid van de verantwoordelijken. Aanbevelingen zijn nooit vrijblijvend. Maar wijzigingen moeten geleidelijk komen èn uitgelegd, dus zeker niet rigoureus ingevoerd. Communicatie dus. Bovendien heb je in de R.K. Kerk altijd nog de Leer èn de Pastoraal. En daar is m.i. nog een wereld te winnen". Hij zegt wel respect te hebben voor de eigenheid van ieders geloofsbeleving: “Ik begrijp heel goed dat iemands geloof niet is af te meten aan het aantal keren dat hij in de kerk zit”. Hij geeft wel toe een beetje nerveus te zijn geweest de eerste periode voor het koor. Hij is echter een man zegt hij, met wie je moeilijk ruzie krijgt. Hij had al snel het gevoel dat hij geaccepteerd en bovendien ook gewaardeerd werd. Hij heeft meestal een prima samenwerking met de organisten met wie hij werkt en ook met ons koorbestuur en pianist Hans Weenink loopt de samenwerking gesmeerd. En toen het eenmaal gelukt was beide koren, zowel het gemengde koor als Eigenwijs op dezelfde dinsdagavond na elkaar te laten repeteren, kwam het ook in zijn drukke agenda wat beter uit. Het koor stroopte de mouwen op en zingt wekelijks weer het hoogste lied.
Verlichting
De keuze van de kerkelijke en ook de wereldse muziek die Eigenwijs zingt is sterk afhankelijk gebleken van de smaak van de dirigent. Onze huidige dirigent Ruud vindt het heel lastig om te zeggen waar zijn muzikale voorkeur naar uitgaat.
Ruud: ‘ik kan van alle muziek genieten als het maar goed gemaakt is’. Welk cd’tje is dan zijn laatste aankoop, dat maakt ons wel wijzer. Het is een CD met kerkliedjes met als titel ‘Verlichting’ van een oud Werenfridus-leerling van hem; Nanja Borst en haar man Mark. Ruud koopt voor zijn werk als muziekdocent regelmatig de uitgaven van een verzameling top 40 muziek, Hitzone, waarvan hij fragmentjes voor de lessen gebruikt. Hij noemt het Requiem van Jenkins; een CD die koorlid Truus Postma hem onlangs meegaf. Hij houdt echter net zo veel van het requiem van G. Fauré of die van A.L. Webber. Hij kan alleen niet tegen muzak, achtergrondmuziek. Ruud: “Ik luister naar muziek of ik doe iets anders, het is mijn vak dus ik kan niet passief luisteren.” Tot mijn verrassing heeft hij in de auto meestal Radio 1 aanstaan, de nieuws- en informatiezender, geen muziek, hij wil namelijk ook een beetje op de hoogte blijven.
Hij studeert met plezier het repertoire voor het jubileumconcert Reis door de Tijd op 24 oktober a.s. met ons in. Ruud: “Ik heb acht jaar een operettekoor begeleid, dus je moet nu niet denken dat ik alleen maar kerkmuziek wil dirigeren.” Aan hokjesgeest in de muziek heeft hij wel een grote hekel: “De jonge zangers van Kings College Choir uit Cambridge lopen ook weg met hiphop op de oordoppen, dat is toch normaal”.
We kunnen niet aan een popkoor tippen
Is Eigenwijs nu een popkoor die ook wel eens een viering begeleidt of is het andersom? In die spagaat zitten we, beweert Ruud Hoogenboom overtuigend aan de keukentafel. Ruud denkt dat veel koorleden zouden afhaken als één van beide activiteiten weg zou vallen. De aantrekkingskracht zit juist in het feit dat het koor op beide vlakken actief is en bovendien een koor is uit de Westwoudse gemeenschap. Hij schat in dat het zangplezier en de betrokkenheid met elkaar belangrijke elementen van het koor zijn. Het is belangrijk, naar zijn mening, om de balans tussen de twee activiteiten van Eigenwijs te houden. We kunnen niet tippen aan een popkoor is zijn scherpe analyse. Echte popkoren, met hun interactie met het publiek, het showelement en hun ritmische presentatie, dat is voor ons niet haalbaar. (Als ik verontwaardigd wil tegenwerpen dat de medley uit Grease de laatste repetitie best aardig ging, denk ik meteen aan die keer toen we hadden afgesproken dat we bij de swingende gospel Oh Happy Day mee moesten bewegen: als ik op de maat bewoog vergat ik te zingen en andersom). Tja, in dat opzicht hadden we misschien toch wel de bovengrens van vijftig moeten handhaven. Trouwens, een parochieel kerkkoor, dat zijn we ook al enkele jaren niet meer. We hebben hier zelf voor gekozen en kunnen daardoor niet ingedeeld worden bij alle vieringen. Trouwe leden als Toos Warnaar, Mart Sachs en Mariëtte Braas komen in tegenstelling tot de koorzangers van het gemengd koor na veertig jaar zingen niet in aanmerking voor een Gregoriusspeldje. Dat is omdat we onder een andere korenbond vallen met andere onderscheidingen.
De liefde voor muziek
Als achtjarige kon Ruud het Pater Noster in het gregoriaans fonetisch uit het hoofd meezingen. Zij gingen namelijk als jongetjes, Ruud is op een na oudste van vier broers, om beurten mee naar hun vaders koor in Oegstgeest terwijl zijn moeder ergens dichterbij kerkte.
De liefde voor de kerkmuziek heeft hij geërfd van zijn vader die ook kerkmusicus is en bovendien een groot organisator. Ruud vertelt trots dat zijn vader een streekmuziekschool heeft opgezet die 1750 leerlingen telde die muziekles kregen op allerlei verschillende locaties. Het is hem met de paplepel ingegeven: “Als 10-jarig jongetje zong ik meerstemmig met twee van mijn drie broertjes het Ave Maria in de kerk van Leiderdorp.” Dat was bij het 121/2 jarig huwelijksfeest van zijn ouders. Als 13-jarig pubertje had hij een onvergetelijke ervaring: hij ging als lid van het jongenskoor naar Rome naar een congres voor jongenskoren n.a.v. de opening van het Heilig Jaar. Ruud: “Ik lijk erg op mijn vader, qua gedrevenheid en inzet.” Alice, zijn vrouw, waarschuwt hem lachend dat hij ook weer niet tè veel op zijn vader moet gaan lijken, omdat die heel slecht kan luisteren en een gesprek zo overneemt. De geschiedenis lijkt zich te herhalen: ook Ruud nam zijn dochters al jong mee naar boven naar het koor, ze mogen bij de koorleden collecteren en na de mis mogen ze soms even op het orgel spelen. Trots vertelt hij over hun voorkeur voor diverse instrumenten, piano, dwarsfluit en harp. De oudste meisjes zingen nu bij de Jonkies van Hemelsbreed. Zijn oudste dochter Stefanie heeft haar eerste solo gezongen.
Het vaderschap heeft mijn leven radicaal veranderd.
Hij is heel close met zijn moeder, van haar heeft hij zijn gevoeligheid geërfd. Ruud heeft het over de enorme impact die muziek heeft. Hoe bepaalde melodieën en liedteksten hem steeds weer kunnen ontroeren. Hoe verbindend en versterkend de muzikale ondersteuning van een koor voor een viering is. Het heeft een poosje geduurd voor het hem lukte na een uitvaart met droge ogen een verdrietige familie te condoleren: “Ik ben geen verdriet gewend, als zondagskind.” Zijn schoonvader is weliswaar overleden aan dementie, voor het overige is het hen heel erg meegelopen. Gezondheid, werk, kinderen die lekker in hun vel zitten en goed mee kunnen komen. Heel veel om dankbaar voor te zijn, meent hij. Zijn vier meiden Stefanie (16), Lisanne (15), Carolien (12), en Daniëlle (9) zijn pittige tantes die thuis al flink weerwoord geven. Ruud is niet zo snel onder de indruk van de huiselijke ‘drama’s’ die ook in zijn gezin wel eens voorkomen. Door zijn jarenlange ervaring in de omgang met pubers kan hij heel goed relativeren. Het vaderschap heeft zijn leven radicaal veranderd. Hij voelt dat ook in zijn werk. Hij werkt drie dagen per week op het OSG in Hoorn en twee dagen in Amsterdam Noord op een scholengemeenschap. Zijn inlevingsvermogen, zowel in de ouders als in de leerlingen, is door zijn eigen vaderschap enorm gegroeid. Als hij zijn dochters onder elkaar kritische kanttekeningen over hun docenten hoort uitwisselen, dan realiseert hij zich hoe hij zelf door zijn eigen leerlingen de maat genomen wordt.