Jubileum1
Wat is nu jong in Westwoud?
Mijn vader die 60 jaar in het kerkkoor heeft gezongen is voor mij de grootste ‘drive’ geweest achter het jongerenkoor. Hij maakte me duidelijk dat je niet moet weglopen als het je niet meer bevalt, maar de schouders eronder moet zetten en naar voren moet brengen wat je belangrijk vindt. Ik weet nog dat ik niet meer naar de kerk wilde. De missen stonden ver van me af en ik miste enthousiasme in de kerk: Wat was mijn plek? Wat wilde ik? Waar voelde ik betrokkenheid en echtheid? Mijn broer Aad is trouwens ook betrokken geweest bij het initiatief voor het koor. Hij had dezelfde gevoelens van onvrede en wilde ook een andere manier van ‘kerk zijn’ zoeken met elkaar. Mijn broer Jan heeft ook jaren meegezongen en een periode de financiën geregeld zonder dat er een echt bestuur was. Op het moment dat het allemaal begon zat ik in het laatste jaar van de opleiding tot kleuterleidster in Alkmaar en woonde thuis bij mijn ouders. Ik ben van 5-10-1950, dus op dat moment net 19 jaar.’ In mijn oude agenda van die periode staat dat we zondag 30 november 1969 met een stel jongeren, die op de oproep in de Schakel hadden gereageerd, bij elkaar kwamen. Ik weet nog dat hier in ieder geval bij waren; Jacques van Diepen, Cilia Jurna, Liesbeth Bakker, Tinie Sachs, pater Sibbing en ik. De opzet was een oecumenische groep te vormen en samen een avond te organiseren voor jongeren. Ook dominee Reehorst en een meneer Hummelink waren hierbij betrokken. We maakten affiches en een enquête met als thema: ‘Wat is nu jong in Westwoud’ We organiseerden een jongerenavond en nodigen ook nadrukkelijk de niet katholieke jongeren uit. Dinsdag 13 januari 1970 is deze jongerenavond geweest. We presenteerden o.a. de uitslag van de enquête, die we verwerkt hadden. De avond was een groot succes. We bleven ondertussen naar allerlei thematische diensten in de buurt gaan om de sfeer te proeven. We hoorden veel jongerenkoren uit de buurt en daardoor wisten we steeds meer wat wij graag zouden willen.
Ford Transit in Noorwegen
Afra kan zich met behulp van haar bewaarde agenda’s nog heel veel herinneren en vertelt enthousiast over die tijd. In haar agenda staat dat het eerste echte optreden van het koor tijdens de Boeteviering was. Afra kon er veel in kwijt; haar gevoel voor taal, haar idealisme en maatschappijkritiek. Het maakte haar helemaal blij en het gaf een intens gevoel van voldoening toen het eindelijk zover was en de mensen tijdens vieringen actief meededen: ‘Dan voelde je de verbondenheid op je afstralen’. De viering waarbij artikelen uit de derde wereldwinkel achter in de kerk verkocht werden staat haar nog helder voor de geest. Toen was ze ongelooflijk trots op Westwoud. Haar belevingswereld werd door deze ervaringen groter en ze ging andere keuzes maken, kreeg meer zelfvertrouwen. Steeds duidelijker werd wat werkelijk belangrijk voor haar was; ze ging verder studeren in Den Haag en vond haar weg buiten Westwoud. Er ontstond een diepe vriendschap tussen de zo op het oog heel verschillende persoonlijkheden die elkaar vonden in de beginperiode van het koor: ‘Ik ben tweemaal op vakantie geweest met de liturgiegroep van destijds, eenmaal op zeilvakantie naar Reewijk en eenmaal zelfs in een Ford Transit busje naar Noorwegen. Helemaal verregend, het busje vast in de modder, werden we opgevangen en binnengevraagd door vriendelijke Noorse mensen. De kachel werd opgestookt, ik weet nog dat ik me geweldig voelde zo met mijn vrienden. Het heeft niet steeds geregend op die vakantie hoor! Maar je hebt van die piekervaringen’. De meesten ziet ze nog wel regelmatig: ‘Een maand geleden logeerden Johan Korse en zijn vrouw nog bij ons. Ook Loet zie ik nog wel eens, dat is een collega van mijn man geworden’.
De thematische werkgroep waarmee ik het langst heb samengewerkt bestond uit: Johan Korse, Leo Doodeman, Loet Swart, Nelly Slot, Lidy Beerepoot, Fer Beerepoot, Arnulf Sibbing en later Herman de Vos. Ik ben altijd actief gebleven in de kerk, eerst bij de studentenkerk en sinds 1995 lid van de Lekenkarmel in mijn woonplaats Nijmegen.’ Ze organiseert daar onder meer een stiltedag. Ze vindt het wel bijzonder te horen dat het koor nog bestaat. Het geeft voor haar aan dat er nog steeds een wezenlijke behoefte is om actief en dicht bij de kerk betrokken te zijn. “Blijf jezelf trouw en ga ervoor” is een lijfspreuk van me, die ik ook weer overbreng op mijn eigen kinderen. Lekker ‘eigenwijs’ gebleven dus, die Afra.